cerebrale visus stoornis

cerebrale visus stoornis cv of cvi

Meestal zijn kinderen met het CDKL-5 syndroom ook slechtziend en kan er sprake zijn van cerebrale visus stoornis. Na controle blijkt het oog geheel intact te zijn en zijn bij de ogen geen bijzonderheden te ontdekken. Dit probleem ligt dan niet bij de ogen maar in het visuele deel van de hersenen.

Wat is CV?

Kinderen met cerebrale visus stoornis kunnen als slechtziend worden beschouwd en soms ook als blind. Het probleem zit hem niet in de ogen maar in de weg die prikkels moeten afleggen naar de hersenen. Het heet dan: cerebrale visusstoornis (CV). Omdat de verwerking van de visuele prikkels verstoord is kunnen zij hun waarnemingen moeilijk ordenen en kunnen zij moeilijk een betekenis geven aan de informatie die hun ogen zien. Omdat cerebrale visus stoornis vaak voorkomt bij een hersenbeschadiging of hersenafwijking komt dit vaak voor bij kinderen met het CDKL-5 syndroom.

Symptomen en zicht van CV

Het visueel functioneren is wisselvallig. De ene keer ziet het kind meer dan de andere keer. Vaak komt dit door vermoeidheid of juist wanneer ze heel wakker zijn.
Problemen met de stand van de ogen en oogbewegingen.
Trillende pupillen (nystagmus)
Gezichtsvelduitval
Verminderde gezichtsscherpte
Moeite met bezigheden naast het kijken. B.v kijken en luisteren of kijken en iets pakken. Dit is zichtbaar doordat het kind vaak wegkijkt als het iets wil pakken.
Problemen in de verwerking van de visuele informatie. Ze herkennen vaak niet WAT het is en/of waar het is.

Wat kun je doen?

Kinderen met het CDKL-5 syndroom hebben vaak een dermate afwijking of beschadiging aan de hersenen dat het “zien” te moeilijk maakt. Kinderen met een vorm van cerebrale visus stoornis die het mogelijk maakt nog wel te zien zijn vaak lichaamlijk of geestelijk niet in staat hier voldoende mee te doen en/of te beperkt. Toch zijn er een aantal punten waar rekening mee gehouden kan worden.
U kunt rekening houden met het gezichtsvelduitval. (Soms ziet het kind het niet). Maar soms zien ze het wel onder een bepaalde hoek en wanneer ze naar 1 kant kijken. Dit merk je doordat het kind schuin naar boven of naar onderen kijkt. Je merkt dan dat ze het daar wel zien.
Gebruik van heldere kleuren en duidelijke contrasten.
Duidelijk materiaal  (geen drukke plaatjes).
Alles veel herhalen.
Een voorwerp laten bewegen kan gunstig zijn, maar niet te snel. Probeer op de juiste manier aandacht te trekken.
Niet te veel informatie tegelijk.
Goede lichtomstandigheden.
Gun hem/haar de tijd het te zien.
Geef het kind de mogelijkheid het voorwerp te voelen en in de mond te stoppen.